Binnen DTG verschoof mijn opdracht vrijwel direct van groei naar stabilisatie. Kort na mijn aantreden bleek de financiële werkelijkheid aanzienlijk zwaarder dan voorzien: onjuiste onderhandenwerkpositie, slecht aangenomen projecten, te hoge voorraad en verlieslatende onderdelen. Deze risico’s waren bij aandeelhouders nog onvoldoende in beeld.
Mijn eerste prioriteit was rust en transparantie. Geen cosmetische ingrepen, maar feiten op tafel, scenario’s uitwerken en scherpe keuzes maken in markt, doelgroep en activiteiten. Dat betekende saneren, focus aanbrengen en het herstellen van financiële en operationele basisvoorwaarden voordat duurzame groei weer mogelijk kon worden.
De bestuurlijke complexiteit zat in de afhankelijkheid van de oprichter en grootaandeelhouder. Een van de meest ingrijpende beslissingen was het losmaken van de oprichter uit zijn eigen onderneming. Dat was emotioneel en relationeel zwaar, maar noodzakelijk om governance, besluitvorming en toekomstbestendigheid te borgen.
Niet alles kon worden opgelost, maar er werd rust, helderheid en richting aangebracht — voorwaarden om verantwoordelijkheid overdraagbaar te maken.
Wat dit vraagt: eindverantwoordelijkheid dragen wanneer informatie onvolledig is en besluiten onomkeerbaar kunnen zijn.